|
Net
twee weken terug van een fantastische reis door de indianenereservaten
van Arizona ben ik geinspireerd door het prachtige landschap
en de eeuwenoude culturen. Een mooie gelegenheid om me eens
te verdiepen in de moderne literatuur die dit opleverde.
Native Americans noemen de mensen van Indiaanse afkomst zich
en deze term zal ik in dit artikel ook gebruiken. Eerst een
korte geschiedenis.
De vroegste verhalen van Native Americans
werden mondeling overgeleverd. Dat waren vooral scheppingsverhalen,
mythen en legenden. In 1930 verscheen de eerste roman van
een Native American, de Flathead Indiaan D'Arcy McNickles.
Het uitbreken van de oorlog zorgde ervoor dat hij de enige
bleef die publiceerde. Wel verscheen in 1932 Black Elk Speaks,
het door een blanke opgetekende levensverhaal van een Sioux
medicijnman. Een nieuwe opleving van de Indiaanse literatuur
kwam eind zestiger jaren toen de Kiowa schrijver N. Scott
Momaday de prestigieuze Pulizer Prijs won met zijn roman House
made of dawn. Halverwege de zeventiger jaren kwam de revival
pas goed op gang. Tegenwoordig is het culturele bewustzijn
bij de Native Americans groot en publiceren steeds meer dichters
en romanschrijvers hun werk. Hieronder bespreek ik een aantal
van mijn favoriete Native American auteurs.
'Indian writers might come from different
areas, from different geographies, from different tribes,
but we all have one thing in common: we are storytellers from
a long way back. And we will be heard from generations to
come.'
James Welch
Louise Erdrich
Een van de belangrijkste schrijfsters
is Louise Erdrich. Ze werd geboren in 1954 en groeide op in
het Turtle Mountain Reservaat in North Dakota. Haar ouders
waren Frans/Ojibwe en Duits/Amerikaans. Beide gaven les op
een Indiaanse school . De Ojibwe/Anishinaabe Indianen wonen
op de Great Plains, die voor een deel in Minnesota en voor
een deel in North Dakota liggen. Al Erdrich's boeken spelen
zich af in dit gebied. Ze verzon de fictieve stad Argus als
woonplaats van haar personages. Erdrich studeerde en werd
later redacteur van een literair blad. In 1981 trouwde ze
met auteur (en haar vroegere leraar) Michael Dorris. Tot zijn
zelfmoord in 1997 inspireerden ze elkaar en schreven ze een
aantal boeken samen.Ze kregen drie kinderen en adopteerden
er twee.
Haar eerste roman schreef Erdrich in 1984, Love Medicine.
Het boek vertelt over de levens van een aantal Ojibwe families
in Argus en was het begin van een serie van zes boeken die
zich afspelen in hetzefde gebied, waarin steeds dezelfde families
een rol spelen. Love Medicine werd een enorm succes. Voor
het eerst was er een Native American auteur die een eerlijk
en realistisch beeld schetst van het leven van 'gewone' indianen
in reservaten, in al hun complexiteit en met al hun gebreken
en tegenstrijdigheden. Erdrich kreeg veel complimenten van
Native Americans die haar bedankten voor het schrijven van
dit boek. Ook de media waren lovend. Leslie Marmon Silko,
een andere gewaardeerde Native American auteur, sprak zich
minder positief uit. Ze miste een duidelijke politieke overtuiging
en vond dat het leven in de reservaten te mooi voorgesteld
werd door Erdrich.
In 2001 opende Erdrich haar eigen boekhandel in Minneapolis,Birch
Bark Books. Ze wilde de Indiaanse cultuur promoten door het
geven van taalcursussen, door ontmoetingen met schrijvers
te organiseren en demonstraties te laten plaatsvinden van
oude traditionele kunsten als mandvlechten en steenhouwen.
Ze wilde vooral een cutureel trefpunt zijn voor jonge auteurs
. De auteurs die ze bewondert zijn onder andere Suzan Powers
en Sherman Alexie (straks meer over hem).
Zelf zegt ze over haar eigen schrijftalent:
'The people in our family made
everything into a story. People just sit and the stories start
coming, one after another. You just grab the tail of the last
persons story: it reminds you of something and you keep going
on. I suppose that when you grow up constantly hearing stories
rise and fall and break, it gets into you somehow.' (Writers
Digest 1991).
My fondest hope is that people will be reading me in ten or
twenty years time as someone who has written about the American
experience in all of it's diversity.'
Love Medicine 1984
The beet queen 1986
Tracks 1988
The Bingo Palace 1994
The Antelope's wife1998
Last Report on the miracles at Little No Horse 2002
Leslie Marmon Silko
Silko
is van Laguna Pueblo Indiaanse afkomst en groeide op in het
gelijknamige reservaat.
Ze studeerde in New Mexico en gaf les op het Navajo Community
Centre in Many Farms, Arizona. Op het moment woont ze met
man en kinderen in Tuscon. Silko is een politiek geengageerde
schrijver. Ze ziet zichzelf als een lid van de 'Global Community'
en vindt dat ze, als een van de eerste en bekendste Native
American auteurs, op moet komen voor de zwakkeren in de samenleving.
De onderwerpen waar Leslie Silko zich voor inzet zijn onder
andere de immigratiewetgeving, gelijke rechten voor vrouwen
en het stoppen van geweld tegen vrouwen.
In haar verhalen kun je een duidelijke lijn ontdekken. Orale
tradities spelen een belangrijke rol in de Pueblo cultuur
en Silko benadrukt het belang van verhalen en ceremonies voor
moderne Native Americans. Ze zet zich in om deze te behouden
en geeft er een hedendaagse vertaling van in haar romans.
Ze zegt daarover:
'De cultuur van de Laguna Pueblo
is een orale cultuur. Ieder lid van de Pueblo is gelijkwaardig
aan de ander en draagt iets bij aan de cultuur. Hoe ouder
je bent, hoe meer gerespecteerd je wordt maar ieder heeft
zijn plaats in het geheel. Cultuur zit in ons collectieve
geheugen en is een deel van de hele gemeenschap. Ik wil laten
zien dat de oude verhalen en ceremonies ook nu nog relevant
zijn.'
In Nederland werd ze bij een klein publiek
bekend halverwege de jaren zeventig. Toen publiceerde uitgeverij
In de Knipscheer een aantal verhalenbundels van jonge Indiaanse
auters en startte een reeks die De Indiaanse Bibliotheek heette.
De serie is zeer de moeite waard overigens. In Zend ons regenwolken
werden een groot aantal van Silko's verhalen opgenomen.
Rond deze tijd had de Kiowa auteur Scott Momaday de Pulizer
prijs gekregen voor House made of Dawn. Dit betekende een
doorbraak voor veel andere Native American auteurs. In Momaday's
kielzog verscheen het werk van onder andere James Welch, Leslie
Silko en Vine Deloria. De laatste schreef in 1969 Custer died
for your sins, een aanklacht tegen de blanke politici in de
VS die de Indiaanse bevolking stelselmatig discrimineerde
en onderdrukte. Dee Brown deed in Bury my heart at Wounded
Knee een jaar later uit de doeken hoe de moordpartij bij Wounded
Knee werkelijk verliep eind 19e eeuw, vanuit het Native American
standpunt
Het politiek bewustzijn bij jonge Indianen werd nog eens aangewakkerd
na de bezetting van Wounded Knee in 1973. Een groep militante
Indianen bezette deze historische plek om aandacht te vragen
voor de enorme problemen van de Indiaanse bevolking: werkeloosheid,
alcoholisme, slechte behuizing in de reservaten, pesterijen
van de FBI en minderwaardig onderwijs. Sinds die tijd is er
wereldwijd meer aandacht gekomen voor de Native Americans,
het eigen bewustzijn groeide en er is meer waardering voor
de eigen cultuur. Met het geld dat een aantal stammen verdienen
met onder andere het uitbaten van casinos (White Mountain
Apaches) en het delven van uranium (Navaho) stichtte men universiteiten,
medische centra en culturele instellingen.
Leslie Silko schreef in 1977 Ceremony. Het is het verhaal
van Tayo, een jonge Pueblo, die na zijn tijd in Vietnam, terugkeert
naar zijn geboortegrond. Het boek werd erg goed ontvangen.
De New York Times schreef: 'A splendid, vivid and dramatic
novel- nothing is left out.- En Newsweek: -Ceremony's greatest
distinction lies in its structure, combining European and
Indian styles of storytelling: realism and character with
legend and archetype'.
Het thema van het boek is het belang van de traditionele verhalen
en ceremonies in de Pueblo cultuur en de verwoestende invloed
die de blanke maatschappij heeft op deze cultuur. In Een Geronimo
verhaal (uit de bundel Zend ons regenwolken) staat de volgende
zinsnede: 'Iedereen kan geweld gebruiken- daar is niets aan,
maar niet iedereen kan zijn vijand vernietigen met woorden.'
In 1991 volgde de zeer ambitieuze roman Almanac of the dead.
Silko schreef dit boek uit woede. Ze hoorde van corruptie
binnen het politieapparaat van Tuscon, verbonden met de drugshandel
en van de verkiezing van een racistische gouverneur die Arizona
ging besturen. Deze gebeurtenissen waren de aanleiding tot
het schrijven van dit complexe boek van bijna 800 pagina's.
Almanac is het verhaal van Lecha, hoeder van oude, moeizaam
bewaarde notitieboeken, die de geschiedenis van haar volk
bevatten: de Almanak van de Doden. Het boek verhaalt over
de gewelddadige levens en de tragiek van mensen die leven
tussen twee werelden. Ik ben in Almanac of the Dead vaak begonnen
en net zo vaak weer opgehouden. Het is een behoorlijke klus
om dit boek uit te lezen. De kritiek was ook niet overtuigd:
het is een duister boek met gecompliceerde personages. Een
discussie stuk.
Storyteller 1981
Yellow woman and a beauty of the spirit 1997 (essays)
Gardens in the dunes 1999
James Welch
Van origine is James Welch een Blackfeet/Gros
Ventre Indiaan, geboren en getogen in Montana in 1940. Omdat
hij opgroeide in geisoleerd liggende reservaten had Welch
een beschermde jeugd. Hij ging studeren en merkte dat hij
geen briljante student was: in een poezie les vroeg een leraar
hem of hij wel wist wie Yeats was. Dat wist hij niet. Toch
was die leraar zijn inspiratie om romans te gaan schrijven.
Zijn eerste roman heette Winter in the Blood, gepubliceerd
in 1974. Het boek leverde Welch veel publiciteit op, maar
blanke Amerikanen vonden het maar een somber verhaal met een
surrealistische sfeer. De hoofdpersoon heeft geen naam, geen
identiteit en ondergaat behoorlijk wat narigheid. 'Gek genoeg,
vertelt een van de liefhebbers van Welch's werk, een universitair
docent, mijn Native American studenten vinden het juist een
heel grappig boek, het geeft een realistisch beeld van het
leven in een reservaat en er zit een hoop humor in, zeggen
ze.' Een lesje in cultureel relativeren zullen we maar zeggen.
Het volgende boek The death of Jim Loney borduurt voort op
het thema van het isolement en de vervreemding van een Native
American in een wereld waar hij zich niet thuis voelt.
Fools Crow is een heel ander verhaal: het is een historische
roman over de slachting van de Blackfeet bij de Marias rivier.
Welch's overgrootmoeder was een van de overlevenden. Het leven
van de Blackfeet wordt levendig geschetst en er zit een flinke
dosis mystiek in het boek. Blanken praten totale nonsens,
we zien de wereld alleen door de ogen van de Native Americans.
Een speciale belevenis voor de (blanke) lezer. Het nieuwe
boek van Welch The heartsong of Charging Elk is ook in deze
vorm geschreven. Een hoogtepunt in het oeuvre van deze schrijver
vind ik. Het boek The Indian Lawyer is een beetje een tussendoortje.
Het is een thriller waarbij Welch koos voor een hoofdpersoon
die als rolmodel kon dienen voor jonge Native Americans. Het
boek volgt de stijl van twee andere auteurs, de Native Americans
Louis Owens en Linda Hogan. Zij legden zich toe op de literaire
thriller met een Indiaanse achtergrond. In Nederland zijn
deze titels helaas moeilijk te krijgen. Voor Fools Crow ontving
Welch in 1986 de Los Angeles Times Award voor fictie. Op het
moment is hij bezig met een vervolg op The heartsong of Charging
Elk.
Welch over zijn schrijverschap:
'My first editor asked me: why
are you always writing about bones and wind? I realised I
was writing about a country I knew deep down, a world I was
born into, a world full of bones and wind. The world of my
ancestors. And thirty years later, in one way or another,
I'm still writing about that world.'
Wat Welch probeert te doen in zijn werk is de stereotype beelden
die blanken hebben van Native Americans te ontzenuwen. Literatuur
kan volgens hem bijdragen tot een genuanceerder beeld. Hij
vindt zijn eigen cultuur nog steeds fascinerend en blijft
deze exploreren in zijn boeken.
Winter in the Blood 1974
The dead of Jim Loney 1979 1
Fools Crow 1986
The Indian Lawyer 1990
Heartsong of Charging Elk 2000
Sherman Alexie
Alexie groeide op in Washington, in
het Spokane Reservaat en is de jongst auteur van deze vier,
geboren in 1966. Net als Erdrich is hij van gemengde afkomst.
Zijn vader was Coeur d'Alene, zijn moeder Spokane Indiaans.
Toen Alexie zes jaar was vreesde men voor zijn leven. Hij
onderging een zware hersenoperatie, maar in tegenstelling
tot de prognose deed hij iedereen versteld staan en bleef
Sherman leven. Al op jonge leeftijd las hij Steinbeck en werd
hij door de kinderen op school als buitenbeentje gezien. Hij
ging naar een middelbare school buiten het reservaat en was
daar de enige Native American 'behalve de schoolmascotte'
zoals hij zelf droogjes opmerkt. Die tijd was het begin van
een behoorlijke alcoholverslaving. Toch deed hij het goed
op de Universiteit. Hij wilde dokter worden maar: 'nadat ik
3 keer flauwviel tijdens een prakticum besloot ik maar dichter
te worden.' Op z'n 23e publiceerde Alexie zijn eerste dichtbundel.
Dat eerste werk geeft een somber beeld van het leven in het
reservaat. Nadat hij besloot om te stoppen met drinken kreeg
zijn werk een nieuwe impuls. Sinds die tijd drinkt hij geen
druppel alcohol meer.
Er zit een hoop humor in Sherman Alexie's werk:
'Humor
is een effectief politiek middel. Als je de lachers op je
hand hebt zijn mensen bereid naar alles te luisteren.' Als
invloeden noemt Alexie: 'mijn vader voor de niet-traditionele
verhalen, mijn grootmoeder voor de tradtionele verhalen, Stephen
King, John Steinbeck en de Brady Bunch.'
Op zijn 28e schreef Alexie Reservation
Blues, Het is het verhaal van drie vrienden die door een bizar
voorval in bezit komen van de gitaar van blueslegende Robert
Johnson. Thomas Builds the Fire, die het verhaal vertelt,
Victor Joseph, de arrogante macho en hun vriend, de sullige
Junior Polatkin beginnen met die vondst een Native American
band genaamd Coyote Springs. Het gegeven doet al vermoeden
dat dit een absurd, droogkomisch boek is en dat klopt. Alexie
beschrijft op hilarische wijze de bizarre tegenstellingen
waar een doorsnee reservaatbewoner mee te kampen heeft. Het
katholicisme tegenover de traditionele religie, de Indian
Health Service die alleen condooms en flosdraad uitdeelt tegenover
de traditionele geneeswijzen, de bezoeken aan de plaatselijke
supermarkt tegenover de traditionele jacht. Dat levert hartzeer
en komedie tegelijk op.
De verhalenbundel The Toughest Indian borduurt voort op het
thema van de tegenstellingen en ook hierin zit een flinke
dosis humor. Een verhaal gaat over een jongen die diabeet
is. Hij komt uit het ziekenhuis 'met een bijna normale bloedsuikerspiegel,
een grote zak injectienaalden en de helft van zijn linkervoet.'
The Indian Killer, een boek uit 1996, is van een heel andere
orde. Het is het verhaal van John Smith (!), zoon van een
teenage moeder die opgroeit in Seattle in een liefhebbend
blank gezin. Hij voelt zich ondanks zijn opvoeding een vreemdeling
'een indiaan zonder stam.' Hij slaat aan het zwerven en heeft
vreemde dromen. Tegelijkertijd zoekt hij een uitlaatklep voor
zijn oncontroleerbare woede.
Daarnaast speelt het verhaal van een seriemoordenaar: de Indian
Killer. Als lezer blijf je je steeds afvragen of John Smith
inderdaad de moordenaar is. Alexie bouwt de spanning goed
op, beschrijft de nevenkarakters genuanceerd en probeert hij
met dit boek een paar waarheden boven tafel te krijgen over
het spanningsveld tussen blanke en Native American.
Op het moment heeft Alexie zich gestort op het maken en schrijven
van films. Smoke Signals kwam uit in 1998. In deze film komen
dezelfde personages voor als in Reservation Blues. Net uitgekomen
is The Business of Fancydancing die Sherman Alexie zelf regisseeerde.
De cast van beide films is van Native American afkomst. Beide
films zijn nog niet in Nederland te zien geweest.
The Lone Ranger and Tonto's fistfight
in heaven 1993
Reservation Blues 1995
The Indian Killer 1996
The toughest Indian in the world 2000
|