##Michael
Cox
De debuutroman
van deze oud-redacteur van de Oxford University Press is een
meeslepende historische thriller in de traditie van Charles
Palliser's De Quincunx, Michael Faber's The crimson
petal and the white, en Wesley Stace's Misfortune .
Zie elders op deze
pagina de besprekingen van deze boeken.
Edward Glyver vindt na de dood van zijn moeder een aantal
brieven die informatie bevatten over zijn afkomst. Edward
is liefhebber van oude manuscripten en boeken en heeft, na
een incident op Eton waar hij vals beschuldigd wordt van diefstal
van een incunabel, een levenslange vete met medescholier Phoebus
Daunt, dichter en aangenomen zoon van Lord Tansor. Die haat
tegen de geslepen Daunt en Edward's zoektocht naar gerechtigheid
beheersen zijn hele leven en leiden uiteindelijk tot moord.
Langzaam maar zeker ontdekt Edward het complot dat Phoebus
Daunt tegen hem smeedt, maar hij heeft erg veel moeite om
de feiten met bewijzen te staven. Natuurlijk kies je Edward's
kant als lezer; het is ook wel erg oneerlijk wat er allemaal
met hem gebeurt..
Cox heeft jaren gedaan over het schrijven van dit boek (net
als Palliser). Het is te merken dat hij erg goed de kunst
heeft afgekeken van voorgangers als Wilkie Collins, Charles
Dickens en andere Victoriaanse 19e eeuwse schrijvers. Hij
beschrijft de gebeurtenissen zeer geloofwaardig en op een
filmische manier; de BBC kan er zo mee aan de slag!
De 19e eeuwse sfeer van mistige Londense straten, de bordelen
en opiumkitten die Edward bezoekt voegen veel toe aan het
verhaal.
Ik heb het boek, ondanks de omvang, in een paar dagen uitgelezen.
Vanwege het grote aantal personages die in het verhaal voorkomen
is dat raadzaam, anders raak je misschien het spoor bijster.
The meaning of night is vertaald in het Nederlands als De
zin van het duister en verscheen bij
uitgeverij De Bezige Bij/ Cargo.
En goed
nieuws voor de liefhebbers van dit boek. Het tweede deel verschijnt
in oktober 2008 en gaat The glass
of time heten.
Hier volgt
een flaptekst van de uitgever:
A page-turning late-Victorian
mystery by a master, The Glass of Time is for fans of The
Meaning of Night and for readers new to Michael Cox alike.
Picking up the lives of characters from the first novel some
twenty years later, The Glass of Time begins in 1876. Nineteen-year-old
orphan Esperanza Gorst arrives from Paris at the great country
house of Evenwood to become lady’s maid to the 26th Baroness
Tansor, the former Miss Emily Carteret. But Esperanza is no
ordinary servant. She has been sent by her guardian, the mysterious
“Madame,” to uncover the secrets that her new mistress has
concealed for decades, and to set right a past injustice which
— although Esperanza does not know it — is intimately linked
with her own future as well as her past.
Gradually, those secrets are revealed, and with them the true
identities of nearly every character — for it seems that no
one in Esperanza’s world is who she believes them to be. She
finds herself enmeshed in a complicated web of intrigue, deceit,
and murder that culminates in a devastating betrayal by those
she trusted most.
Richly textured and elegantly told, The Glass of Time is a
completely enveloping tale of identity, of the unexpected
consequences of hidden truths, and of what can happen when
past obsessions impose themselves on an unwilling present.
##Rascha
Peper
Rascha Peper neemt de lezer in dit boek mee naar het
Amsterdam in de vroege 18e eeuw. Ze liet zich inspireren door
een biografie over de anatoom en preparateur Frederik Ruysch.
De hoofdpersonen
zijn twee tienjarige kinderen; Bregtje in 1704 en Benjamin
in 2004. Bregtje woont in bij haar oom Frederik nadat haar
ouders zijn overleden na een epidemie. Haar broer Rens is
daarna verdwenen. Bregtje laat zich in Amsterdam chanteren
door een obscure figuur die beweert haar broer te hebben ontmoet.
Tegen informatie over de unieke preparateurkunsten van haar
oom kan hij Bregtje's broer weer terugbrengen beweert hij.
Bregtje gelooft hem, en levert de gevraagde geheimen tegen
wil en dank.
Tegelijk met het
verhaal in 1704 speelt er een hedendaags verhaal over Benjamin,
zoon van gescheiden ouders. Hij woont bij zijn moeder aan
de overkant van het oude huis van Frederik Ruysch. Als hij
op reis is met zijn vader naar St.Petersburg komt Benjamin
achter deze toevalligheid. Hij is net als Bregtje indertijd
gefascineerd door de collectie van Ruys preparaten die hij
in de Hermitage ziet.
Zoals we gewend zijn van Rascha Peper leest het boek heerlijk
weg. Het is een boeiend verhaal met grappige details; zoals
het opzetten en prepareren van een neushoorn. Zijn lijf ligt
dagenlang bij de familie op de binnenplaats en trekt enorme
belangstelling van de omwonenden. De sfeer van 18e eeuws Amsterdam
is goed getroffen en filmisch beschreven. Je moet wel tegen
wat plastische beschrijvingen van baby's op sterk water kunnen,
maar echt griezelig wordt het nergens. Het is ook een mooi
inkijkje in de levens van kunstenaars en wetenschappers in
die tijd.
Toch vind ik het niet echt een roman voor volwassenen; de
toon is haast die van een jeugdroman, nou is dat helemaal
niet erg, maar het uiterlijk van het boek - waar al veel over
te doen was, het is een vinger die een ooglid vasthoudt- schept
andere verwachtingen. Misschien is het een idee om het boek
nog eens uit te geven als jeugdboek.
Samenvattend; het boek is zeker een aanrader voor liefhebbers
van historische verhalen en jeugdromans.
Mijn voorkeur gaat echter uit naar Rascha Peper's eerdere
romans als Russisch blauw en Rico's vleugels.
Over Rascha Peper:
Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland) werd op 1
januari 1949 in Driebergen geboren. Ze studeerde Nederlands,
met als hoofdvak Middelnederlandse literatuur, en werkte enige
tijd als lerares. In 1983 verhuisde ze naar Wenen vanwege
het werk van haar partner die in dienst was van het Ministerie
van Buitenlandse Zaken. Daar begon ze, omdat ze zich nogal
'op zichzelf teruggeworpen' voelde, ernst te maken met het
schrijven. In die tijd ontstond de eerste versie van Oesters.
Na publicatie van haar eerste verhalen in Hollands Maandblad
en Tirade zette ze zich aan het herschrijven van deze roman
omdat ze 'in alle valkuilen van een beginnend schrijver was
getuind'. Rascha Peper schreef daarna vele romans, waaronder
Rico’s vleugels, Russisch
blauw (Multatuliprijs 1999) en Wie
scheep gaat.
##Belinda
Starling
Een onafhankelijke, trotse vrouw probeert halverwege
de 19e eeuw het boekbindersbedrijf van haar man in Londen
van de ondergang te redden tegen de druk van de maatschappij
in. Met Dora Damage schiep de schrijfster een personage dat
doet denken aan krachtige romanfiguren als Jane Eyre en Lizzie
Bennet.
Deze debuutroman
is een grote verrassing. Belinda Starling, die helaas vier
dagen nadat ze de roman had voltooid overleed aan de complicaties
van een operatie, beschrijft het leven van Dora Damage, vrouw
van boekbinder Peter. Het boek speelt in 1859 in Londen. Peter
Damage drijft een bedrijf waar het niet goed mee gaat. Hij
heeft reuma en dat betekent dat hij zijn vak niet meer uit
kan oefenen. Tot wanhoop gedreven besluit Dora dat zij de
boekbinderij moet runnen, samen met ex-slaaf Din en hulpje
Jack. In die tijd is het voor vrouwen zeer ongewoon dit beroep
uit te oefenen. Behalve gouvernante was er voor vrouwen uit
de middenstand geen beroep beschikbaar. Dora zet door. Ze
neemt opdrachten aan van een obscuur genootschap De
Edele Wilden, die zich bezighouden met het verzamelen
van erotica. Onder druk van dit genootschap worden Dora's
overtuigingen en opvattingen steeds verder opgerekt. Het loopt
uit op moord, bedrog en chantage.
Ik heb in tijden
niet meer zo'n meeslepende historische roman gelezen. Een
mooi beeld van de tijd; obscuur Londen met veel Dickensiaanse
karakters als de huurbazin met een obsessie voor de dood,
de gepassioneerde anti-slavernij lobby, de geperverteerde
Lord Jocelyn en zijn onverwacht dappere vrouw Lady Knightley.
Starling schrijft vloeiend en houdt de aandacht van de lezer
gevangen. Bijzonder jammer dat we geen romans van Belinda
Starling meer kunnen verwachten. Deze roman heeft alle elementen
van een fantastische historische thriller. Een mooie leeservaring!
##Wilkie Collins
De maansteen van Wilkie Collins is een Victoriaans
detectiveverhaal waarin het Engelse koloniale verleden een
grote rol speelt. Collins was een tijdgenoot van Charles Dickens,
ook een schrijver die ik kan aanbevelen als je van Victoriaanse
romans houdt met ingewikkelde plots. De maansteen
verscheen in 1868 maar de ouderdom doet niets af aan de spanning
en de knappe intrige van het boek. Misschien wat traag voor
moderne begrippen maar het is vind ik een welkome afwisseling
met flitsende actieromans als die van Dan Brown waar je als
lezer de ene gebeurtenis na de andere voor je kiezen krijgt
zonder enige adempauze. Ik vind het niet erg om de tijd voor
een verhaal te nemen. Net als in zijn andere boek, De
vrouw in het wit, is een van de hoofdrolspelers
in De maansteen een doortastende vrouw, wat
voor die tijd toch wel opmerkelijk mag heten. Natuurlijk zitten
er ook romantische elementen in het verhaal maar uiteindelijk
draait het verhaal om de plot en de exotische personages.
Wilkie Collins zou
je de vader van de moderne historische thriller kunnen noemen.
Enige jaren
geleden zond de BBC De maansteen en De
vrouw in het wiit uit als serie. Hopelijk zet de omroep
ze binnenkort eens op dvd.
##Charles
Palliser
Een boek dat voor
mijn gevoel zeker verfilmd moet worden is De Quincunx
van Charles Palliser. De BBC zendt tegenwoordig veel
series uit naar boeken van Jane Austen, Charles Dickens en
hun tijdgenoten. Een van de laatste verfilmingen die ik zag
was Fingersmith naar een boek van Sarah Waters.
Die afleveringen worden erg goed bekeken door het kijkerspubliek.
Op de website van de
BBC kun je een voorproefje bekijken.
De Quincunx
past goed in die trend, maar is door de dikte van het boek
denk ik moeilijk te verfilmen.
Palliser schreef
zijn boek in de stijl van Dickens. Hij doet dat zeer overtuigend.
Het verhaal heeft een ingewikkelde plot die zich niet in twee
woorden na laat vertellen. Hetl gaat om een arme jongen, John
Huffam die op zoek is naar zijn vader. Het testament van John's
grootvader speelt een cruciale rol. In de 806 pagina's komen
er heel wat intriges, klassenverschillen en benepen Victoriaanse
opvattingen aan de orde. Maar wat een meeslepend en Dickensiaans
verhaal. Dat laatste is voor mij een aanbeveling want ik houd
mateloos van de boeken van Dickens en consorten.Eerder schreef
ik al een recensie over een soortgelijk boek van Michael Faber;
The crimson petal and the white.
Het vervolg op
De Quincunx liet op zich wachten. Palliser deed
er namelijk zestien jaar over om dt boek te schrijven. Een
later boek van hem heet Betrayals. Zeker
net zo spannend en meeslepend!
##Sarah
Waters
Ik
noemde het net al: tot mijn grote genoegen is de BBC
net begonnen aan de uitzending van de drie-delige serie
Fingersmith, naar een boek van schrijfster Sarah Waters.
Het is het verhaal van twee oplichters, Gentleman- een elegante
kerel die de harten sneller doet slaan- en zijn maatje tegen
wil en dank, de dievegge (fingersmith) Sue. Gentleman bedenkt
een plan om de wereldvreemde erfgename Maud van haar geld
te ontdoen door haar te verleiden en vervolgens met haar te
trouwen. Het is de bedoeling om haar in het gekkenhuis op
te laten nemen en zo het geld te bemachtigen.
ik
vind dit een heerlijk boek. Sprankelende dialogen en tot het
laatste moment spannend en intrigerend. Sarah Waters stond
op de Granta lijst voor nieuw jong Brits schrijftalent en
dat is verdiend. Al eerder verfilmde de BBC Tipping the
velvet van haar. In al haar romans zit een
lesbisch element maar laat dat je niet tegenhouden om het
boek te lezen, het is bij Sarah Waters nooit erg op de voorgrond
maar juist mooi gedaan. En laten we wel zijn: liefde is van
alle tijden, en 't doet er niet toe wat mij betreft tussen
wie, wat of waar.
##Caleb
Carr
Caleb Carr is een schrijver van Amerikaanse origine. Er zijn
inmiddels twee vertalingen verschenen van zijn boeken namelijk
De ontmaskering en De witte engel.
Ook hier, net als bij Collins, Waters en Palliser, gebruikt
de schrijver een historisch gegeven. De boeken spelen zich
af in New York in 1896. In die tijd kwam de psychiatrie in
zwang en de hoofdpersoon is dan ook een van de eerste psychiaters.
Zijn naam is Laszlo Kreizler. Je kunt zeggen dat hij een voorloper
is van de opstellers van dadersprofielen die in onze tijd
opereren om seriemoordenaars op te sporen. Carr is van oorsprong
historicus en hij heeft zijn huiswerk goed gedaan. Af en toe
is het verhaal wel wat wijdlopig maar ik heb het met veel
plezier gelezen. De entourage van de stad en de Victoriaanse
sfeer geven het boek een speciale dimensie. De rechten van
De ontmaskering en De witte engel zijn
inmiddels verkocht, het boek wordt misschien verfilmd alhoewel
Carr in een inteview zelf zegt:
Both those projects
have long and troubled histories of attempts to get them on
the screen. Suffice it to say that most of Hollywood goes
in thinking of my writing as way too cerebral and talky to
make good movies. So, if those projects ever get done, I suspect
it will be when I decide to direct them myself .
Hopelijk lukt het Caleb Carr
op afzienbare termijn zijn verhalen te verfilmen. Liefst in
de stijl van From Hell- de film met acteur Johnny
Depp over Jack the Ripper. Die staat hoog op mijn film top-tien!
##Matthew
Kneale
De roman
van Matthew Kneale speelt zich af op een schip op weg naar
Tasmanie in 1857. Het is het verhaal van een aantal exentrieke
mannen op expeditie naar de Hof van Eden. De personages hebben
allemaal hun eigen redenen om met dit avontuur in zee te gaan.
De kapitien van het schip de Sincerety (= de oprechtheid)
(hijzelf draagt de illustere naam Illiam Quillian Kewley)
is evenals alle bemanningsleden een inwoner van het eiland
Man en houdt er een nogal losse moraal op na.Hij is namelijk
smokkelaar en door die bezigheden komt hij meermalen in lastige
situaties terecht.
Pastoor Geoffery Wilson is de zelfbenoemde voorganger en initiatiefnemer
van de expeditie die er irritante gewoontes op na houdt als
een hypocriete bescheidenheid en een overmaat van religieus
gedrag in tijden van nood.
Verder doet dokter Thomas Potter mee aan de reis. Hij is een
man met behoorlijk rascistische ideeen die mensen indeelt
naar afkomst en ras. Als mensen op een of andere wijze niet
helemaal binnen zijn plaatje passen past hij gewoon de beschrijving
aan. Hij is bezig met zijn levenswerk; De lotsbestemming der
Natien. Matthew Kneale heeft dokter Potter gebaseerd op de
geschorste arts Robert Knox die in 1850 de voorloper van Hitlers
Mein Kampf schreef: The races of men. In die tijd was het
boek een enorm succes. Hij was een van de eersten die beweerde
dat de geschiedenis niets anders was dan een strijd tussen
de verschillende rassen en dat de verschillende mensenrassen
in feite verschillende soorten vormden waarbij de (engelse)
Saksen tot de hoogste soort behoorden.
Wat het boek een extra diepte geeft is het relaas van Peevay,
een man van aboriginal en blanke afkomst die staat tussen
beide culturen. Hij doet verslag uit de eerste hand van alle
ellende die hem persoonlijk, als mens van gemengde afkomst,
en zijn volk, de inheemse aboriginals van Tasmanie, overkomen
na de komst van de blanken. Heel knap vind ik dat de taal
en de sfeer van de verhalen aangepast is bij de personages
die ze vertellen: de kapitien vertelt zijn wederwaardiheden
met droge humor. Vooral de scenes als hij met de dominee vastgeklonken
zit in het ruim van de Sincerety zijn verschrikkelijk grappig.
Het verhaal van Peevay is ontroerend en maakt je als lezer
kwaad om het onrecht dat de mensen uit Tasmanie wordt aangedaan.
Toch slaat het verhaal niet door in zijn aanklacht tegen de
blanken. De schrijver zegt er zelf het volgende over:
'Also, the main subject was the English and the
terrible things they did in Tasmania, and I was never intending
to write a definitive book about the perceptions of the aboriginal
people, but it was the only way I could portray that. Without
that the whole book wouldn’t have worked. So I felt that it
was an essential thing to do. I was expecting there to be
some trouble, and I was surprised that the book was received
so well. It didn’t prove to be a problem to the aboriginal
people.'
Het boek geeft een genuanceerd beeld van de verschillende
personages en plaatst alle gebeurtenissen in het licht van
de tijd. Het eind van het boek is op zijn zachtst gezegd verassend
en een geweldig goede vondst.
Matthew Kneale studeerde geschiedenis en werd op 8-jarige
leeftijd gegrepen door een documentaire over de relaties tussen
zwart en blank op Tasmanie. Dat verhaal liet hem nooit meer
los en was de inspiratie voor het boek. Hij heeft veel tijd
aan de voorbereiding besteed en veel over het onderwerp gelezen.
Natuurlijk is het wel een geromantiseerde versie van de geschiedenis
maar zegt hij: 'In some ways to alter the truth is part of
being human and a critical part of writing fiction.'
Ik hoop dat Mattew Kneale verder gaat op de ingeslagen weg
en nog veel van dit soort goed geschreven, informatieve maar
vooral meeslepende verhalen schrijft. Net uit is het verhaal
over een engelsman in Tokyo Mr. Foreigner. Op het moment is
hij bezig met een nieuwe roman over het dagelijks leven van
mensen in een fictieve Russische satelietstaat. (Whitbread
prize 2000).
Andere titels:
Sweet Thames 1992
Mr.Foreigner 2002
Besproken historische Victoriaanse thrillers op deze
website:
Wesley
Stace
Michael Faber
|