|
Amitav
Ghosh is met Salman Rushdie een van de belangrijkste Indiase
schrijvers van dit moment. In 2005 hield hij in Groningen
de jaarlijkse van der Leeuwlezing Verhalen uit het wild.
Die lezing maakte veel indruk op me, mede door de bescheiden
maar overtuigende persoonlijkheid van de schrijver. Vandaar
dat ik deze pagina aan hem en zijn boek The hungry tide
wijd.
In dit boek snijdt de Indiase schrijver Amitav Ghosh een delicaat
thema aan namelijk moet natuurbehoud ten koste alles gaan?
Van de mens en zijn leefomstandigheden?
Het verhaal speelt zich af op de Sundarban Archipel, de verste
oostelijke hoek van India. Deze enorme archipel van kleine
eilanden strekt zich uit tussen de zee en de vlakten van Bengalen.
Piyali Roy en Kanai Dutt zijn beide op weg naar een van de
verstgelegen eilandjes, Lusibari.
Piya komt hier om een zeldzame dolfijnsoort, de Orcaella,
te bestuderen , Kanai om zijn zijn oude tante Nilima en zijn
vroegere woonplaats te bezoeken. Volgens Nilima heeft zijn
oom Nirmal hem een pakket achtergelaten met waarschijnlijk
wat manuscripten, poëzie of fictie. De waarheid is anders;
het is een dagboek uit een periode in het keven van Kanai's
oom waarin deze zich sterk maakte en vocht voor de bewoners
van Lusibari en de Sundarbans.
De meeste van deze bewoners waren vluchtelingen die zich uit
pure armoede en onderdrukking vestigden op de eilanden. Ze
hadden daar een stukje grond gekregen van de Engelse eigenaar
Sir Hamilton. Hoe weinig het ook was, de mensen konden ermee
in hun levensonderhoud voorzien. Met vissen vulden ze hun
inkomen aan.
Heden ten dage vechten de bewoners nog steeds tegen het inkomende
tij, de krokodillen en de tijgers. De moedergodin, Bon Bibi,
speelt een belangrijke rol in hun leven. De godin wordt aangeroepen
bij gevaar. Ze is de beschermer tegen alle kwaad.
Het verhaal in The hungry tide is
een mooie verstrengeling van waargebeurde geschiedenis, actuele
problemen, en tegengestelde belangen.
Ghosh is een begenadigd verteller. Hij weet op een subtiele
manier de twee hoofdpersonen Piya en Kanai tegenover elkaar
te zetten. De een is een mix van Westerse en Indiase waarden,
de ander een succesvolle zakenman. Beiden worden getroffen
door hun liefde voor de eilanden, de natuur en de bewoners.
Ook weet Ghosh de sfeer raak te beschrijven; het steeds wassende
en zich terugtrekkende water, de flora en fauna, vissen onder
de nachtelijke hemel maar ook de wreedheid van de natuur en
de bedreiging die de inwoners ondergaan, tijgers, vloedgolven
en politici.
De Sundarbans zijn een deel van India waar wij, doorsnee lezers,
weinig van afweten denk ik. We mogen Ghosh dankbaar zijn dat
hij dit verhaal zo levendig en de hoofdpersonen met zoveel
compassie neerzet. Wij zijn immers ook bewoners van een nat
land. Wij strijden ook al eeuwen tegen het water. Juist wij
zouden ons aangesproken moeten voelen door de vragen die de
schrijver oproept.
Zijn eerdere romans The glass palace,
over de tijd in Birma en India gedurende de 2e wereldoorlog
en de Indiase onafhankelijkheidsstrijd, vind ik ook een aanrader.
Binnenkort komt van Amitav Ghosh een nieuwe roman uit, Sea
of poppies, over de opiumhandel met China in
de 19e eeuw.
Ghosh wordt door de New York Times beschreven
als: " one of few postcolonial writers "to have
expressed in his work a developing awareness of the aspirations,
defeats and disappointments of colonized peoples as they figure
out their place in the world.""
De website van Amitav Ghosh kun je hier vinden:
www.amitavghosh.com
|