in de ban van de fantasy

Toen ik een jaar of tien was begon mijn liefde voor het genre fantasy. Natuurlijk heette dat toen nog niet zo, maar ik had altijd al een voorkeur voor sprookjesachtige fantasie verhalen. De liefde begon pas goed op te bloeien in mijn plaatselijke bibliotheek met een oorspronkelijk Nederlands boek: De brief voor de koning van Tonke Dragt. Het is het meeslepende verhaal van de jonge Tiuri, die, op de vooravond van zijn ridderslag, een geheimzinnige opdracht krijgt. Hij gaat vervolgens op een lange tocht waar hij vreemde mensen ontmoet en adembenemende dingen meemaakt en dat twee heerlijke boeken lang. Ik kon mijn lezersgeluk niet op.

Tolkien
Nog steeds vind ik De brief voor de koning en Geheimen van het wilde woud echte klassiekers, ik lees ze steeds opnieuw. Om eerlijk te zijn: op mijn werk raad ik liefhebbers van Harry Potter aan ze ook eens te lezen. Leuk hoor zo'n hype, maar vergeleken bij Tiuri is Harry Potter maar een lamzakje. Bovendien is Rowlings een stuk minder origineel, minder diepgravend en minder taalgevoelig dan Tonke Dragt.
Terug naar mijn jeugd: een paar jaar later was ik helemaal in de ban van de boeken van Tolkien. Ik was vijftien, vierde vakantie op zeilkamp en vond dat zeilen maar lastig want ik had wel drie dikke pillen die ik moest en zou die uitlezen. Mijn zeilbrevet heb ik nooit gehaald.
Tolkien bleef. In mijn kast staan vier pockets die van ellende uit elkaar vallen door het vele gebruik. De hobbit is de voorloper van In de ban van de ring en verhaalt de belevenissen van Bilbo Ballings die per ongeluk de ring vindt die zo'n grote rol gaat spelen in het leven van zijn neef Frodo.
De film heb ik inmiddels gezien: prachtig gedaan, een hele zit, maar je verveelt je geen moment. Toch is het jammer dat hij gemaakt is: ik had een heel ander idee van hobbits, en ik mis de vele lagen in het verhaal.
Tolkien staat aan de wieg van alle andere fantasy schrijvers. De elementen die hij zo meesterlijk gebruikt: de strijd tussen goed en kwaad, de onschuldige zoeker, de tocht om iets te volbrengen, de gelijkenissen met onze eigen wereld en de vreemde en angstaanjagende wezens vind je in bijna alle moderne (!) fantasy terug.

Shannara
Aan het eind van de 70er jaren schreef de jurist Terry Brooks wat nu het eerste commerciele fantasyverhaal blijkt te zijn: Het zwaard van Shannara. In feite is het een goed geschreven kloon van Tolkien's boeken. Al lezende doet het wel erg denken aan de queeste van Frodo en zijn vrienden. In dit geval draait het om Shea, een nazaat van de elfenkoning van het geslacht Shannara. Het zwaard in de titel moet de wereld behoeden voor totale destructie door de magier Brona.
Ook hier gaan een aantal gezellen (elfen, gnomen en trollen) op zoek naar het zwaard en beleven ze onderweg van alles. Juist omdat Brooks er toch weer een eigen draai aan geeft en gewoon goed schrijft is het prima leesvoer voor mensen die niet genoeg van Tolkien's boeken kunnen krijgen.
Het zwaard van Shannara wordt gevolgd door De elfenstenen van Shannara en Het lied van Shannara. Ook is er begin jaren negentig een tweede serie verschenen die 300 jaar na de gebeurtenissen plaats vinden: Het erfgoed van Shannara.
Voorlopig is Brooks nog niet uitgeschreven. Hij kondigt aan na zijn laatste serie De reis van Jerle Shannara weer een nieuwe op stapel te zetten. Misschien iets teveel van het goede?

Belgarion
In de jaren tachtig werd de fantasy schrijver David Eddings enorm populair in Nederland met zijn Belgarion serie. Ook hier speelt een jongen van eenvoudige komaf een rol, Garion. Hij blijkt koninklijke voorvaderen te hebben en het is de bedoeling dat hij de Orbus in handen krijgt die de mensen moet beschermen tegen Torak, een kwade god. Ook hier weer een queeste met hindernissen. De tovenaar Belgarath en zijn dochter de tovenares Polgara spelen in deze boeken ook een rol, later kregen zij hun eigen serie. Het was eigenlijk de bedoeling dat de serie een trilogie zou worden maar de uitgever van Eddings weigerde om delen van meer dan 600 bladzijden uit te geven. Vandaar dat het er vijf zijn geworden. Bij mij in de bibliotheek heb ik een aantal fanatieke Eddings lezers. Ze kunnen niet wachten tot er weer een nieuw deel uit komt. Na De Kronieken van Belgarion verscheen nog: De Malorea, Het Elenium en De Tamuli. David Eddings schreef de laatste boeken samen met zijn vrouw Leigh. De nieuwste serie heet De kronieken van de eerste ijstijd.

Fionavar
De Canadees Guy Gavriel Kay was als student betrokken bij de publicatie van Tolkien's laatste roman De Silmarillion. Vandaar waarschijnlijk dat hij geinspireerd werd om zelf een fantasy roman te schrijven. Het werd Het Fionavar tapijt, een verhaal dat duidelijk keltische trekken heeft. De trilogie gaat over vijf studenten die zich in een andere wereld kunnen verplaatsen, Fionavar. In deze magische wereld trekken zij ten strijde tegen de gevallen god Rakoth Maugrim die zich na eeuwenlange gevangenschap wil wreken op de koning van Brennin. Het is een behoorlijk duister verhaal, met een heel eigen sfeer. De personages blijven een zwakke schakel in het verhaal, het zijn nogal platte archetypen. Alle 8 boeken die Kay schreef zijn onderdeel van een groot project. Niet voor niets gebruikt hij het beeld van tapijt en mozaiek. De draden en tegels weven hun eigen verhalen in verschillende kleuren en structuren. Het Fionavar tapijt verscheen in Nederland bij uitgeverij Sirius en Siderius die in de 80er jaren veel mooie fantasy uitgaven. Lord of Emperors, Kay's laatste boek in de serie Het Sarantine mozaiek, dong mee naar de World Fantasy Award van 2001. Het boek is nog niet in het Nederlands verschenen.

Rad des tijds
Robert Jordan begon zijn schrijverscarriere met het schrijven van historische artikelen en verhalen. Omdat hij geinteresseerd was in fantasy begon hij vervolgen te schrijven op de boeken over Conan de Barbaar. Pas in 1990 begon hij aan zijn levenswerk, de serie Het rad des tijds.
Hij schrijft fantasy: 'omdat in het echte leven mensen vaak alleen maar de keuze hebben tussen kwaad en erger kwaad. Ik vind het boeiend om mijn personages de keus te geven tussen goed en kwaad en ze daar strijd voor te laten leveren. Het rad des tijds is een beeld uit de Hindoe mythologie en staat voor de tijd die zich steeds weer herhaalt.' Jordan vermoedde niet dat de serie uit meer dan 9 delen zou gaan bestaan en zo'n immens succes zou worden. De NBC heeft de rechten gekocht en gaat waarschijnlijk een miniserie maken van de boeken.
Ik vroeg een fervente lezer wat haar zo aanspreekt in de serie:
'Het Rad des tijds gaat over mensen zoals jij en ik die een proces doormaken waarbij ze hun bijzondere rol in het geheel en hun bijzondere krachten leren kennen en gebruiken. Het verhaal is meeslepend omdat er ontzettend veel gebeurt. In tegenstelling tot In de ban van de ring zijn de hoofdpersonen bijna allemaal mensen, met gewone menselijke trekjes en motieven.
Jordan creeerde verschillende volkeren met eigen culturen, geinspireerd op bestaande culturen. De Aiel bijvoorbeeld, een volk dat in een woestijngebied woont, zijn nomaden en hebben trekken van de Masai. Wat het heel spannend maakt is dat niet iedereen is wie hij/zij lijkt te zijn. Door alle politieke intriges weet je ook nooit helemaal zeker welke figuren nu echt achter de goede held staan. Dat puzzelige is leuk; soms word ik verrast door ontwikkelingen, soms heb ik de genoegdoening dat ik ze aan zie komen. Allebei leuk.'

Vrouw en fantasy
Het valt wel op dat er minder vrouwelijke fantasy schrijvers zijn dan mannelijke alhoewel de achterstand heel snel wordt ingehaald.
Ursula Le Guin was de eerste met Aardzee in 1968. In totaal schreef ze vier delen over deze eilandenarchipel. De hoofdrol is weggelegd voor de tovenaarsleerling Ged. In het eerste deel komt hij in de problemen als hij krachten oproept die hij niet kan beheersen.
Aardzee was een van de meest invloedrijke series sinds de 70er jaren.
Na Ursula Le Guin volgden er mondjesmaat meer vrouwen op het fantasytoneel.
Anne MacCaffrey met haar Drakerijders van Pern-serie, Margaret Weis die de Doodszwaard trilogie schreef en Robin Hobb. Zij brak in 1995 door met de roman Leerling en Meester: het eerste deel van de zeer succesvolle reeks De boeken van de Zieners, waarvan Moordenaar des Konings en Vermogen en Wijsheid respectievelijk het tweede en derde deel zijn. Hobb werkt gestaag aan een goede reputatie binnen de fantasywereld. Ze won een Davis Award en ontving vier nominaties, afwisselend voor de Hugo en de Nebula Award. Nederlandse lezers kozen haar boek als winnaar van de WARP-Award voor het beste fantasy-boek, waarbij ze met een neuslengte het magistrale Magier van Raymond E. Feist versloeg. Inmiddels is ze begonnen aan een nieuwe reeks met als titel The Liveship Traders. Hobb is gefascineerd door de zee, ze trouwde een kapitein en het is niet vreemd dat de nieuwe serie zich afspeelt in een waterrijke omgeving met schepen, gebouwd van magisch hout, die tot leven komen. In vergelijking met Tolkien is de verhaallijn bij Hobb dynamischer, en de figuren realistischer en minder verheven.

Waarom grijpen lezers steeds weer naar fantasy? Op een aantal fantasysites vond ik de volgende verklaringen: 'Het trekt je in een totaal andere wereld met eigen regels, creaturen en magie'. 'Je kunt fantasy op allerlei verschillende niveau's lezen, en hoe dieper je erin meegesleept wordt hoe meer je het gaat waarderen dat die werelden zo detaillistisch beschreven zijn', 'Alle historische verwijzingen en paralellen naar onze eigen wereld maken de boeken zo boeiend'.
Fantasyverhalen zijn vaak erg complex en het is dan ook niet gek dat de delen steeds dikker lijken te worden en de series steeds uitgebreider, zoals Het rad des tijds. Fantasyfans zijn fanatiek en gaan vaak heel ver in hun liefde. Ze organiseren rollenspellen, uitjes en chatten dat het een lieve lust is over allerlei triviale zaken (Is de actrice die Arwen speelt in In De ban van de ring wel knap genoeg). Hun kan het absoluut niet schelen hoe dik de boeken zijn, hoe dikker hoe beter. Dat is een verademing voor mij als bibliothecaris: mensen die om dikke boeken vragen!

Met dank aan Paulien Rijkhoek

 
  literatuur uit alle windstreken