LITERATUUR VAN DE ANTILLEN

 

Naar aanleiding van een vakantie op Bonaire, waar ik mijn 50e verjaardag vierde met duiken, tochten in de natuur en genieten van de cultuur, besloot ik al mijn Antilliaanse boeken uit de kast te halen en te herlezen. Favoriet waren bij mij vroeger Tip Marugg en Boeli van Leeuwen. Op Bonaire bezocht ik Addo's Bookshop waar medewerkster Camilla Look mij wees op een aantal schrijvers die zij persoonlijk zeer waardeerde en die ik nog niet kende. Ik zal Camilla's tips zeker gebruiken voor deze pagina. Dank voor het inspirerende gesprek! Ik zal op deze webpagina proberen de belangrijkste schrijvers te behandelen en voeg een aantal recensies toe van de door mij gelezen boeken. Deze pagina is een werk in uitvoering en is zeker niet volledig.

Tip Marugg

Tip Marugg is al vanaf mijn middelbare schooltijd een van mijn favoriete schrijvers. Ik werd tijdens het lezen van zijn romans bijzonder getroffen door de sfeerbeschrijvingen van het tropische eiland en de 'loner' status van zijn hoofdpersonen.

Toen Marugg in 1986 genomineerd werd voor de AKO literatuurprijs zond de VPRO een avondvullend radioportret uit met en over hem (en Boeli van Leeuwen). Wie de journalist was ben ik vergeten, maar die uitzending maakte diepe indruk op me. Dat waren nog eens gesprekken! Prachtig..

Bij uitgeverij de Bezige Bij verschijnt in november 2008 De hemel is van korte duur; verzameld werk van Tip Marugg. Naast de drie romans van deze Curacaose schrijver (Weekenedpilgrimage -1958 -, In de straten van Tepalka -1967- en De morgen loeit weer aan -1986 -) verschijnen zijn poezie, recensies en beschouwingen in deze bundel. Ter promotie is er een speciale avond in Amsterdam over Tip Marugg die nog nader aangekondigd gaat worden.

Petra Possel, journaliste bij NPS Kunstof Radio, schreef het boek Niemand is een eiland; Het leven van Tip Marugg in zestien gesprekken. Ook dit boek verschijnt is november 2008. Zij gaat in op de vraag of de mythe rondom Tip Marugg (zijn kluizenaarschap, zijn alcoholgebruik) klopt of alleen maar kunstmatig in stand werd gehouden door de pers. Petra Possel sprak met mensen op het eiland die hem goed kenden en tekende hun verhalen op.

Zijn leven

Silvio Alberto Marugg ( 1923 - 2006) was een Curacao's schrijver en dichter. Hij werd geboren als vijfde van zeven kinderen. Hij haalde zijn mulo-diploma in 1942. Vervolgens werkte hij enkele decennia bij Shell. Hij debuteerde in 1958 met de roman Weekendpelgrimage. In 1967 volgde In de straten van Tepalka. Pas in 1988 verscheen zijn derde roman, De morgen loeit weer aan die werd genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs. Marugg was toen al bijna twintig jaar met pensioen en leefde teruggetrokken. Net als bij Boeli van Leeuwen, met wie hij bevriend was, speelt ook bij Marugg het eilandleven een centrale rol. Ook hij zoekt daarin uitdrukking van de paradoxen van het individuele bestaan en de kleine gemeenschap. De stijl is echter anders, ingetogener, melancholischer en meer gericht op het individu.
De laatste jaren van zijn leven had Marugg te kampen met een sterk achteruitgelopen gezichtsvermogen waardoor hij niet goed meer in staat was te lezen en te schrijven.
Alhoewel christelijk opgevoed was Marugg niet gelovig. Zijn ongeloof vormde voor hem een motivatie om te schrijven om zodoende te trachten het leven nog enige zin te geven. Tip Marugg is 82 jaar geworden. (Wikipedia) Boeli van Leeuwen kenmerkte Tip Marugg zo: 'Mijn vriend Tip, de heremiet, schraal van lijf als een torero, omringd door zijn pastelkleurige honden en gebarricadeerd achter een haag van boeken en bierflessen'. (Schilden van Leem) Jan Wolkers over Marugg:

'De morgen loeit weer aan, dat is echt een meesterwerk...(NRC).


In de straten van Tepalka
Ongeveer tien jaar na het verschijnen van zijn debuutroman Weekendpelgrimage (1958) schreef Tip Marugg deze roman over een eenzame man die in een onbekende Zuid-Amerikaanse stad (Tepalka) in het ziekenhuis ligt. De oude man overdenkt zijn leven en het feit dat hij nooit echt heeft liefgehad. Andra, een vriendin, bezoekt zijn ziekbed. Meer dan een goede vriendin is zij nooit geworden en dat spijt hem. Conchita, een hoertje en strijkster, ontmoet hij als hij zijn ziekbed ontvlucht voor een nacht. De Canadese Heskia heeft hij verlaten na hun verloving. Hij kon het idee van een vaste relatie niet aan. Al deze vrouwen, die hij op zijn manier liefhad, konden hem niet aan zich binden.
Ook de vriendschap met twee anderen overdenkt de ik-figuur. Bij Stan (een elektronicus) klopt hij, na hem een jaar niet gezien te hebben, aan. Schuldgevoelens overmannen hem daar en hij ontvlucht Stan's huis. Zijn vriendschap met de Indiaanse El Indio bestaat uit wandelingen in de natuur en lange gesprekken. Ondankszijn kennis die misschien niet uit schoolboeken komt maar wel waardevol is, noemt de ik-figuur El Indio een domme man. De teleurstellingen en het racisme zijn de aanleiding voor deze vriend om zelfmoord te plegen.
Ook de ik-figuur sterft aan het einde van het boek, in het ziekenhuis. Hij wordt op die manier toch nog verenigd met El Indio.

Dit poëtische en filosofisch getinte verhaal gaat over de belangrijkste levensthema's; liefde, vriendschap, leven, lijden en dood.
Motto van deze roman:
"Wanneer zul je leven als je nu niet leeft? Als je niet geleefd hebt kun je ook niet sterven."
Ik vind dit een prachtig, bedachtzaam geschreven verhaal waar je als lezer de tijd voor moet nemen.

1951 - Afschuw van licht (gedichten)
1958 - Weekendpelgrimage (roman)
1967 - In de straten van Tepalka (roman)
1988 - De morgen loeit weer aan (roman)

Boeli van Leeuwen

Willem Cornelis Jacobus van Leeuwen (Curaçao 1922 - 2007) was een Antilliaans schrijver en dichter. Hij was een zoon van de gezaghebber van Bonaire (later van de Bovenwindse Eilanden). Van Leeuwen studeerde rechten in Leiden en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Op Curaçao vervulde hij verschillende publieke functies waaronder die van bestuurssecretaris van de Antillen. Na zijn pensionering werkte hij als pro deo advocaat in de probleemwijk Scharloo. Als schrijver debuteerde hij in 1959 met de roman De rots der struikeling waarvoor hij in 1961 de Vijverbergprijs (nu Ferdinand Bordewijk Prijs) kreeg. Binnen dit werk speelt het leven op Curaçao een belangrijke rol. Dit wordt veelal gekoppeld aan belangrijke bijbelse thema's rondom schuld, seksualiteit en verantwoordelijkheid. De paradoxen tussen individu en sociale omgeving worden hiermee uitgedrukt. In 2007 ontving Van Leeuwen op zijn 85ste verjaardag een ‘oeuvregeld’ van het Nederlandse Fonds voor de Letteren. (Wikipedia)

1947 - Tempels en woestijnen
1947 - De Mensenzoon
1959 - De rots der struikeling
1962 - Een vreemdeling op aarde
1966 - De eerste Adam
1978 - Een vader, een zoon
1985 - Schilden van leem
1988 - Het teken van Jona
1990 - Geniale anarchie

Het teken van Jona
Een oude Curaçaoenaar -die verdacht veel lijkt op de schrijver zelf, compleet met strohoed- observeert de bewoners van zijn stadje scherp. Zoals hij beschrijft; zuiplappen, onderstandstrekkers, dieven, hoeren, gestoorde koekenbakkers. Het teken van Jona staat vol met humoristische beschouwingen over leven, dood en de mens aan de onderkant van de samenleving. Regelmatig barstte ik tijdens het lezen in lachen uit. De humor was af en toe wat plat, maar zeer vermakelijk, eerlijk en vol zelfkritiek. Dit bijvoorbeeld;
' Ik ben happy met mijn laatste boek, met de kritieken en de verbijstering die ik in de ogen van sommige eilandbewoners heb gezien. 'Twee keer heb ik dat rotding gelezen, zegt de bankier, en ik snap er nog steeds geen bal van. Hallelujah, geloofd zij de heer, die ons bankiers geeft als toetssteen, want niets is erger dan door de verkeerde mensen bewonderd te worden.'
Of het hilarische incident waar een eend en een Chinees bij betrokken zijn! Lees dat zelf maar..
De mensen die Boeli van Leeuwen's boeken bevolken zijn uit het leven gegrepen en vaak nogal excentriek. Thema's die hij aansnijdt zijn veelal van religieuze (Jona in de walvis, het paard van de dood, nonnen) of politieke aard. Het boek doet in veel opzichten denken aan het werk van Garcia Marquez, waar ik ook een liefhebber van ben.
Hoofdpersoon in Het teken van Jona is een oudere man die nooit ver van zijn eiland -Curaçao- is geweest. Hij redt een steenrijke Zuid-Amerikaan die neergeschoten wordt door hem naar een bevriende dokter te brengen waar hij snel behandeld wordt. Als dank mag hij mee op het jacht van deze Juan Carlos en zijn verleidelijke vrouw Leila. Ze gaan naar Bilboa, het geboorteland van Juan Carlos die daar een enorme plantage bezit. Op die plantage biedt hij onderdak aan een uiteenlopend gezelschap; een devote Amerikaanse non, een Tolstoj-achtige Rus, een gek die anders in een gesticht zou zitten en de griezeligste van allemaal, een Duitser van wie gesuggereerd wordt dat het soort Mengele is. Juan Carlos is zelf een nazaat van de oorspronkelijke conquistadores en dit leidt tot filosofische beschouwingen over de positie van de Indianen, dictators en concentratiekampen. Zware kost zou je zeggen maar leesbaar opgeschreven. In het boek verwijst de schrijver ook regelmatig naar Nederlandse uitgevers en schrijvers -Mulisch en Hermans- maar ook naar de internationale -niet meer zo actuele, het boek verscheen in 1988 -politiek.

Al met al vind ik het een briljant boek. Het is jammer dat deze schrijver uit het blikveld van de doorsnee lezers is verdwenen. Het zou verplichte kost moeten zijn om iets te weten te komen over de Nederlandse kolonisatie en de levens van mensen in de overzeese gebieden.

Frank Martinus Arion

Op 17 december 1936 zag Frank Efraim Martinus Arion op Curaçao het levenslicht. Hij kwam uit een gezin van drie kinderen. Op tweejarige leeftijd vertrok het gezin naar Aruba. Toen Frank vier was kwamen zijn zusje en moeder om bij een verkeersongeluk. Frank en zijn overgebleven zusje werden naar hun oma op Curaçao gestuurd. Die voedde hen verder op. Hij groeide op in het levendige Otrabanda, een stadsdeel dat veel beschreven is door andere auteurs. In 1955 vertrok Frank naar Nederland hij was toen 18 jaar oud. Hij studeerde Nederlandse taal en letterkunde aan de Universiteit Leiden. Hij kon moeilijk aarden in Nederland en ging eigenlijk alleen om met andere Antillianen. Hij kwam in contact met Cola Debrot. Samen met hem gaf Frank Arion zijn eerste gedichtenbundel uit in 1957. In de jaren '60 ging hij terug naar de Antillen waar hij voor de Wereldomroep lezingen hield over de Antillen. Tien jaar later besloot Frank Martinus zijn studie af te maken en ging weer terug naar Nederland. Na zijn studie besloot hij zich te gaan inzetten voor het samenbrengen van de Antillianen in Nederland. Ook begon hij aan Dubbelspel, zijn eerste echte roman. Het boek was na uitgave in 1973 meteen een groot succes. Hij won er de Van der Hoogtprijs mee. Later richtte hij zijn eigen politieke partij op die het Papiamentu moest beschermen voor de toekomst. In 1996 verscheen zijn dissertatie over de oorsprong van het Papiamentu, waarop hij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam: The Kiss of a Slave. Papiamentu's West-African Connections. (Wikipedia)

1957 - Stemmen uit Afrika (gedichten)
1973 - Dubbelspel
1975 - Afscheid van de koningin
1979 - Nobele wilden
1983 - De ibismensmuis
1995 - De laatste vrijheid
2001 - De eeuwige hond
2005 - Eén ding is droevig
2006 - De deserteurs
2006 - Drie romans 

(Afscheid van de koningin; Nobele wilden; De laatste vrijheid)

 

Cola Debrot

Nicolaas Debrot (1902 – 1981) was een Antilliaans schrijver, dichter, arts, diplomaat, jurist, minister, filosoof en balletcriticus. Hij wordt als de grondlegger van de Antilliaans-Nederlandse literatuur beschouwd. Debrot debuteerde in 1935 met de novelle Mijn zuster de negerin. Debrot werd geboren te Kralendijk (Bonaire). Hij groeide op in Curaçao en in Caracas. Zijn vader had een plantage op Bonaire, zijn moeder kwam van origine uit Venezuela. Thuis sprak hij Spaans en Papiaments; Nederlands leerde hij op de lagere school. Debrot volgde het gymnasium in Nijmegen, en studeerde vanaf 1921 rechten in Utrecht. In 1928 vertrok Debrot naar Parijs, waar hij drie jaar woonde en werkte als ghostwriter. Hij ontmoette daar de Amerikaanse zangeres Estelle Reed, met wie hij trouwde. In 1931 keerde hij terug naar Nederland en volgde een studie medicijnen. Na de oorlog ging Debrot als arts op Curaçao werken, en tevens raakte hij betrokken bij de politiek. Van 1962 tot 1970 was hij gouverneur van de Nederlandse Antillen.
In Amsterdam worden sinds 2008 de literaire Cola Debrot-lezingen georganiseerd door de Werkgroep Caraïbische Letteren. De eerste vond plaats op 20 mei 2008 en werd gegeven door Nobelprijswinnaar Derek Walcott.(Wikipedia)

1935 - Mijn zuster de negerin
1938 - Senorita Campbell
1946 - Bid voor Camille Willocq
1948 - Bewolkt bestaan
1976 - Galante verhalen
1982 - De vervolgden
1986 - Verzameld werk 3. Verhalen
1986 - Verzameld werk 4. Bewolkt bestaan

 

Diana Lebacs

Diana Lebacs heeft een Curaçaos-Indonesische vader en een Surinaams-Creoolse moeder. Thuis werd er Nederlands gesproken, omdat haar ouders niet met elkaar in het Sranan of Maleis konden communiceren, ze kenden elkaars cultuur niet. Met haar grootmoeder sprak Diana Papiaments. Diana Lebacs volgde de middelbare school op Curaçao en koos vervolgens voor de Kweekschool, wqaar ze in 1966 haar onderwijzersakte haalde. Dertien jaar stond ze voor de klas. In 1967 trouwde ze met onderwijzer, toneelschrijver en filmregisseur Pacheco Domacassé. Het paar kreeg twee kinderen. Lebacs speelde een belangrijke rol bij de groei van de Nederlands-Antilliaanse jeugdliteratuur. Sherry en Suikerriet Rosy gelden als moderne klassiekers), en in het toneelwezen op Curaçao.

Het witte licht
Soleil gaat op een niet nader genoemd eiland in de Cariben op zoek naar haar echte ouders, Simon - een eilander- en Adelaïde - een Indiaanse van het vasteland. Soleil werd opgevoed door pleegouders en wil achter de reden komen waarom ze als baby werd afgestaan. Ze ontmoet Simon maar die wil niets van haar weten. Soleil besluit haar intrek te nemen in het oude huis van haar vader. Van een van de dorpsgenoten, haar peetoom Buchi Fil, komt ze uiteindelijk te weten wat zich afspeelde in het dorp. Simon was een visser en trouwde met een Indiaanse van het vasteland die hij meenam om in zijn geboortedorp te gaan wonen. De dorpsbewoners keken neer op Adelaïde en een jaloerse cafehoudster, Rosaura, vergiftigt de geesten van de mensen nog meer met haar roddels. Uiteindelijk neemt Rosaura haar toevlucht tot een voodoo priester met kwalijke gevolgen.
Jaren later, als Soleil de waarheid wil achterhalen herhaalt de geschiedenis zich, dit keer met funeste gevolgen voor Rosaura zelf.

Diana Lebacs schreef dit verhaal als scenario voor een film van haar man Pacheco Domacassé. Ze bewerkte het voor dit boek. Het is een mooi sfeervol en eenvoudig verhaal geworden, bijna een sprookje. Er zijn duidelijk wat Latijns-Amerikaanse roman ingrediënten gebruikt; magisch realisme, voodoo, de sprookjesachtige sfeer, maar met een gezonde hoeveelheid realisme als ondertoon. De thema's die Lebacs aansnijdt zijn universeel: liefde, racisme, tolerantie en magie.
Ook voor jongeren is dit een leesbaar en boeiend geschreven verhaal.

1963 - Suikerriet Rosy

1966 - Het witte licht

1971 - Sherry, het begin van een begin
1975 - Nancho van Bonaire  (Zilveren Griffel)
           Nancho matroos, Nancho niemand, Nancho kapitein
1985 - De Spokenband
1990 - Lichten boven Klein Bonaire
1994 - De langste maand (roman)
2002 - Caimins geheim  (tweetalig jeugdboek)
2006 - Fula fula

 

Miep Diekman

Maria Hendrika Jozina Diekmann (Assen 1925) is een Nederlands journaliste en schrijfster van voornamelijk jeugdliteratuur. Alhoewel geboren in Drenthe bracht ze een flink deel van haar jeugd op Curaçao door, waar haar vader commandant van de militaire politie was. Miep Diekmann schreef een tiental boeken over de Antillen, zoals Marijn bij de lorredraaiers (1967) en De dagen van Olim (1971). Een doekje voor het bloeden; koninkrijksverband (1970) bevat journalistiek werk dat ze schreef na de opstand van 30 mei 1969 op Curaçao. Ze coachte Antilliaanse auteurs als Sonia Garmers en Diana Lebacs, Richard Piternella, Frances Kelly, Desiree Correa en Josette Daal. Met bibliothecaresse Alice van Romondt en Liesbeth ten Houten van uitgeverij Leopold was ze medeoprichtster van de Arubaanse uitgeverij Charuba. Aan Diekmann werden diverse prijzen uitgereikt, waaronder de Kinderboekenprijs (later de Gouden Griffel), de Duitse Staatsprijs, de Nederlandse Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur en de Nienke van Hichtumprijs. (Literatuurweb)

1956 - De boten van Brakkeput

1966 - En de groeten van Elio

1967 - Marijn bij de lorredraaiers

1970 - Een doekje voor het bloeden; koninkrijksverband

1971 - De dagen van Olim

Marijn bij de Lorredraaiers

Dit is het, op historische feiten gebaseerde, verhaal van Marijn, een 17-jarige jongen die in 1681 aanmonstert als leerling-chirurgijn op een lorredraaiers (soort piraat annex slavenhaler) schip. Vanuit zijn woonplaats op Curacao, nog niet lang geleden gekoloniseerd door de Nederlanders, vertrekt hij op een avontuurlijke reis die hem in aanraking brengt met de smokkelaars en de slavenmentaliteit. Miep Diekman slaagt er niet alleen in om een boeiend avonturenverhaal te schrijven, ze weet ook meeslepend te vertellen over de mensen die leefden in die tijd, de waarden en normen en de gewoontes in de 17e eeuw. Het zou geen gek idee zijn om in het kader van lessen geschiedenis en cultuur dit boek te gebruiken op scholen. Marijn neemt het op voor de slaven, in zijn tijd geen populair standpunt en Diekman laat ons begrijpen waarom niet. Niet alleen voor jong-volwassenen maar ook voor ouderen is dit nog steeds een heel genietbaar verhaal.

Erich Zielinski

De Curacaose auteur Erich Zielinski debuteerde in 2003 met De Engelenbron, een roman die zich afspeelt in het kleurrijke oude stadsdeel Otrobanda op Curaçao. Zielinski is zoon van een Duitse vader en een Curaçaose moeder en groeide op in Curaçao. Na zijn opleiding in Nederland keerde Zielinski terug naar de Nederlandse Antillen waar hij werkte als onderwijzer. Op Curaçao voltooide hij zijn rechtenstudie waarna hij zich vestigde als advocaat. Hij is oprichter en redacteur geweest van het kritische tijdschrift Vitó, dat in de jaren zestig tegen het establishment op de Nederlandse Antillen ageerde. (Bonaireweb)

2003 - De Engelenbron

2008 - De prijs van de zee

De prijs van de zee
Dit boek speelt zich af in de kleine vissersgemeenschap van Playa Frans ten zuidwesten van Slagbaai op Bonaire. Twee broers, Djin en Roy Chirino, redden een vrouw en haar zoontje van de verdrinkingsdood bij Malmok. Ze zijn met een auto in zee terechtgekomen en konden zich nog net in een kleine spelonk aan wal in veiligheid brengen. De vrouw wordt ondergebracht bij Djin in het dorp. Beide mannen gaan terug om de banden en andere waardevolle spullen te bergen om te verkopen. In de kofferbak vinden ze het lijk van - naar later blijkt - de vermoorde man van de vrouw. Maar wie is de dader?
De komst van Elise, die al snel een sekuele relatie met Djin krijgt, zorgt voor veel spanningen in de kleine gemeenschap. Roy is jaloers op zijn broer en de regelaar van het dorp, Reintje, ligt regelmatig met Djin overhoop vanwege diens losse morele waarden die in tegenstrijd zijn met de belangen en de waarden van de gemeenschap.
De sterke kant van het boek is vooral de beschrijving van het leven en de gewone mensen met hun sterke en zwakke kanten in Playa Frans. Ook de afgelegen plek, de invloed van de zee, de geuren en de ruige natuur zijn mooi beschreven.
Voor ieder die Bonaire kent of wil bezoeken is het een waardevolle kennismaking met het eiland en zijn bewoners. Als detective/thriller is het boek minder geslaagd.

Maryse Condé

Maryse Condé werd in 1937 geboren in Pointe-a-Pitre op Guadeloupe. In 1953 werd ze door haar ouders naar Parijs gestuurd om daar te studeren, Aan de Sorbonne studeerde ze Engels. In 1958 trouwde ze met de Afrikaanse acteur Mamadou Condé. Met hem ging ze naar West-Afrika. De jaren van rondtrekken waren van groot belang voor haar creativiteit. In 1968 verhuisde Maryse Condé naar London, waar ze bij de BBC werkte, vervolgens ging ze weer naar Frankrijk. In 1975 promoveerde ze aan de Sorbonne, met een vergelijkende studie naar zwarte stereotypen in de Caribische literatuur. Tussen 1980 en 1985 werkte ze aan de Sorbonne. In 1976 verschijnt haar eerste boek 'Hérémakhonon', over een jonge West-Indische, die in Parijs studeert en op zoek gaat naar haar roots in Afrika. De boeken van Condé beschrijven een confrontatie tussen verschillende culturen, de invloed van Westers imperialisme op Afrika, en de gevolgen hiervan, vooral op West-Indië. Sinds 1980 verdeelt Condé haar tijd tussen Frankrijk en de VS, waar ze aan verschillende universiteiten les geeft. Ze is inmiddels hertrouwd met Richard Philcox, die haar werk in het Engels vertaald. (Literatuurplein)

Maryse over het schrijven en de Antilliaanse vrouw in het tijdschrift Onze Wereld in 2005:

'In het begin van mijn schrijverscarrière schreef ik in de geest van Aimé Cesaire, wat betekende dat elke "ik" eigenlijk "wij" betekende: wij, de afstammelingen van de zwarte slaven, wij Antillianen, wij vrouwen. Nu probeer ik niet meer de ambassadeur te zijn van welke groep dan ook. Ik wil en kan niet meer in naam van anderen spreken. Misschien is dat nog het meest uitgesproken in verband met Antilliaanse vrouwen. Ik ben natuurlijk een vrouw uit de Antillen, maar heb niet het recht alle vrouwen uit onze regio te versimpelen tot één categorie en dan in de naam van die onbestaande groep te gaan spreken. Er zijn zo veel verschillende stemmen, zo veel verschillende verlangens, zo veel verschillende belangen en zo veel reële onderlinge conflicten, dat elke veralgemening meteen ook een vervalsing is. Heel vaak bevat zo'n veralgemening ook de impliciete overtuiging dat zwarte, Antilliaanse vrouwen meer te lijden hebben onder verdrukking dan middenklassevrouwen uit het Westen. Ik ben daar allang niet meer van overtuigd. In de grond is het concept van "de Antilliaanse vrouw" een koloniaal concept dat bedoeld is om de bestaande complexiteit te verhullen én te controleren. Ik wens daar niet aan mee te doen.'

1976 - De pelgrimage van Veronica (Hérémakhonon)
1984 - Ségou: de aarden wallen
1985 - Ségou: de verkruimelde aarde
1986 - Tituba, de zwarte heks van Salem
1987 - Het valse leven
1989  -Tocht door de mangrov

1997 - Kolonie de nieuwe wereld

1998 - Bovenwindse hoogten (haar versie van Wuthering Heights!)

1998 - De laatste koningszoon

2001 - Guadeloupe, een autobiografie2002 - De watergodin

Sonia Garmers

Sonia Garmers werd geboren in 1933 te Curaçao. Zij is een van de schrijvers die gecoached werd door Miep Diekman. Sonia Garmers ging na de middelbare school in een boekhandel werken. Ze werd gevraagd een kinderpagina voor de krant Today te verzorgen. Dat accepteerde ze en ze schreef voor die krant veel kinderverhalen. Ze schreef ook artikelen voor een weekblad. Ze woonde een tijdje in Nederland. In die tijd werd ze door Miep Diekmann begeleid en gestimuleerd om ook in het Nederlands te schrijven; tot die tijd schreef ze in het Papiamentu. In 1988 keerde ze terug naar Curaçao, waar ze voor de radio ging werken. Naast kinderboeken schreef ze ook kookboeken en boeken over zwarte magie. Sonia Garmers heeft vier dochters. (De Drukkerij)

Een citaat uit het juryrapport van de N. van Hichtum prijs:

De betekenis van het boek van Sonia Garmers ligt in de belangrijke functie die het kan vervullen, zowel voor de Antilliaanse als voor de Nederlandse lezers. De elementaire onderwerpen die erin aan de orde komen, maar vooral ook de manier waarop de schrijfster deze tot een boeiende jeugdroman heeft verwerkt, hebben de jury ertoe gebracht het boek Orkaan en Mayra voor te dragen ter bekroning met de Nienke van Hichtumprijs 1981.

1976 - Lieve Koningin, hierbij stuur ik u mijn dochter
1977 - Orkaan
1980 - Orkaan en Mayra
1983 - Ieder diertje z'n pleziertje
1985 - Wonen in een glimlach

Jean Rhys - Jan Brokken

'Te veel blauw, te veel purper, te veel groen. De bloemen te rood, de bergen te hoog, de heuvels te dichtbij.'  Dit citaat uit Wide Sargasso Sea van Jean Rhys zette de journalist Jan Brokken aan tot een reis naar Dominica, het Caribisch eiland waar Rhys in 1890 als Ella Gwen(doline) Rees Williams werd geboren. Goedenavond mrs. Rhys, later verschenen onder de titel En de vrouw een vreemde, beschrijft hoezeer hij in de ban raakt van het eiland, van Jean Rhys en van haar beroemde boek dat op het eiland is gesitueerd.

En de vrouw een vreemde
Het Domenica van Jean Rhys

'Als je je in een leven verdiept komt er een moment dat je je volledig met een onderwerp vereenzelvigd. Het is een mooi moment en een gevaarlijk. De wereld verkleint zich tot dat ene. Zonder de boeken van Rhys zou ik weinig van Domenica begrepen hebben. Zonder Rhys zou ik het gezien hebben, niet gevoeld.' (Jan Brokken, hoofdstuk 28)
Jean Rhys schreef negen jaar aan Wild Sargasso Sea, het vervolg - of liever de voorloper - van Jane Eyre, het meesterwerk van Charlotte Brontë. Het is het verhaal van de jeugd van Antoinette Cosway, de eerste vrouw van Rochester. Ze eindigde haar leven in Jane Eyre als 'mad woman in the attic'. Jean Rhys gaf de waanzinnige Bertha een stem en beschreef haar jeugd op Domenica - een van de Bovenwindse eilanden - en de gebeurtenissen en intriges rond haar huwelijk met de jonge, naïeve Rochester. Eigenlijk beschreef Jean Rhys min of meer haar eigen jeugd op het eiland. Haar thema's zijn onder meer het verlangen om bij de zwarte gemeenschap te horen met wie ze zich verwant voelde maar waar ze altijd een witte buitenstaander bleef, het standsverschil, de ontluikende gevoelens van een puber en de duistere atmosfeer van de omringende jungle.
Jan Brokken gaat op zoek naar de plaatsen waar Jean Rhys opgroeide, het plantagehuis Geneva en naar nazaten van haar familie. Het is een tocht naar het verleden van het eiland maar tegelijkertijd een kennismaking met het moderne Domenica. In totaal bezoekt Jan Brokken het eiland twee keer, in 1991 en 1996. De laatste keer maakte Brokken een documentaire over haar leven. Ik vond zowel Wide Sargasso Sea als En de vrouw een vreemde intrigerende en meeslepende boek die veel duidelijk maken over het leven en de geschiedenis van een Antilliaans eiland.

1966 - Wide Sargassao Sea

1992 - 1997 En de vrouw een vreemde

Cornelis Goslinga

Camilla Look, medewerkster van Addo's Bookalshop in Kralendijk,wees me op het werk van deze schrijver, die haar persoonlijke favorieten zijn.


Prof. dr. Cornelis Goslinga, historicus en kunsthistoricus, woonde jarenlang op Curacao, waar hij leraar geschiedenis was. Van 1961 to 1975 doceerde hij Caraibische geschiedenis aan diverse universiteiten in de Verenigde Staten. Naast talrijke wetenschappelijke publicaties schreef Goslinga diverse verhalen- en dichtbundels.

De vrome Smokkelaar is een bundel verhalen over het leven in de slaventijd op de Nederlandse Antillen in de 18e en 19e eeuw. De verhalen zijn gebaseerd op waargebeurde feiten.
Ze zijn simpel en grappig geschreven, het boekje leest als een trein en omdat het veel verschillende verhaaltjes zijn, met steeds andere hoofdpersonen: bv. gouverneurs, priesters, kooplieden, landeigenaren, slaven, vrije lieden, krijg je een idee over de verhoudingen tussen die mensen en ook over bijgeloof, manieren van met elkaar omgaan. (bron; website rickenmiek.nl)

2000 - Christina
1997 - De zwarte engel
1996 - De vrome smokkelaar
1992 - Sjons en slaven
1989 - De voorhang van de tempel
 
 

 

  literatuur uit alle windstreken