Een
pagina gewijd aan Amerikaanse schrijvers die recent nieuw
werk hebben gepubliceerd, maar al langer prachtige romans
en verhalen schrijven en twee jonge schrijvers die een beeld
geven van het "jonge" Amerika: Benjamin
Kunkel en Joey Goebel. De "oude
rotten in het vak: Paul Auster met Brooklyn
Follies en Annie Proulx met Hels
stof.
Ik
heb genoten van hun boeken. Alhoewel de laatsten schrijven
over twee zeer verschillende gebieden in Verenigde Staten
kun je zeggen dat wat ze verenigd de liefde voor hun stad
(New York-Auster) of streek (Wyoming-Proulx) is, en dat ze
er met veel kennis van zaken over schrijven. Hun romans zijn
zo goed dat je als Europese lezer je uitstekend kunt verplaatsen
in hun boeiende, vermakelijke en soms tragische wereld. Kunkel
en Goebel schrijven over wat hun generatie bezighoudt, in
een vlotte en toegankelijke stijl. Wat de schrijvers verbind
is hun gevoel voor humor dat ik erg subtiel en vaak hilarisch
vind. Lees het eerste verhaal van Proulx Hellegat
maar eens, of een van de vele tragikomische anekdotes van
Auster; niet voor niets noemt hij ze : 'follies- of dwaasheden'.
De
recensie van Kunkel en Goebel is geschreven door Melanie Schaalma.
*******************
Debutanten, jonge schrijvers: nieuwe
auteurs met boeken die staan als een huis en/of de lezer wakker
schudden. Het afgelopen jaar vielen in deze categorie met
name twee schrijvers op, die de tongen en de pennen in beroering
wisten en weten te brengen!
Benjamin Kunkel's debuut Indecision
( 2005) kwam in 2006 in vertaling uit bij uitgeverij Rothschild
& Bach, met de titel Besluiteloos.
In 2004 was Kunkel een van de mede-oprichters van het maatschappijkritische,
literair-politieke tijdschrift n + 1.
(Literatuur en politiek, gaat dat wel samen? Jazeker. Samengesteld
door schrijvers van nog geen dertig, net dertig of even over
de dertig. Na de verschijning van Besluiteloos werd
Kunkel direct gebombardeerd tot 'de nieuwe Amerikaanse literaire
ster', na illustere voorgangers als Dave Eggers en Jonathan
Safran Foer. De hoofdpersoon van het boek is Dwight Wilmerding,
28 jaar, en lijdend aan een midlife crisis. Hij woont met
wat vrienden in een appartementje en is nog zeker niet toe
aan vrouw en kinderen. Zijn baan als helpdeskmedewerker bij
een farmaceutische gigant is ook niet bepaald avontuurlijk,
laat staan bevredigend te noemen. Daarnaast heeft hij last
van chronische besluiteloosheid. De literaire critici doken
hier gelijk bovenop, en zagen dit gegeven als HET probleem
van de huidige generatie laat-twintigers/dertigers. Zoveel
mogelijkheden, zoveel vrijheid; wat moet je ermee? Hoe kun
je nog kiezen, wat moet je kiezen, welk doel moet je najagen?
Dus doe je gewoon niets. Dwight probeert echter een nieuwe
pil, die hem van zijn besluiteloosheid moet genezen. Hij stapt
op het vliegtuig naar Zuid-Amerika, en in het Amazonewoud
probeert hij te besluiten of de pil nou werkt of niet... Satirisch,
hilarisch, maar onder de oppervlakte toch ook bloedserieus:
een debuut om van te dromen.
En toen was daar opeens het boek Het
kan altijd erger (Torture
the artist, 2004) van Joey
Goebel. Fantastisch vormgegeven voorkant, met letters
die van de kaft afknallen (Besluiteloos ziet er ook
al zo opvallend uit), uitgegeven door uitgeverij Cossee. Genomineerd
voor de Dylan Thomas Fiction Prize, De Beste Amerikaanse Roman
van een auteur van onder de dertig, zo vermeldt de kaft. Geen
debuut, Goebel debuteerde in 2003 met de roman The Anomalies,
maar met Het kan altijd erger brak Goebel internationaal
door. Het basisidee van het verhaal is dat alleen groot lijden
meesterwerken kan opleveren. Goebel heeft volgens eigen zeggen
een hekel aan de sterrencultuur en de platte mainstream-manie
die de VS in hun greep houden. In zijn boek staat een jonge
talentvolle schrijver centraal, Vincent Spinetti. Zijn agentschap,
dat als doel heeft hoge cultuur voort te brengen, heeft hem
een persoonlijke manager toegewezen die er alles aan moet
doen om Vincent ongelukkig te maken en te houden. Zo zou grootse
kunst moeten ontstaan, en het werkt: Vincent's creaties zijn
fabuleus en worden steeds beter, na stukgelopen relaties,
ziekte, depressie, alcoholisme, een moeder die hem, tegen
betaling, in de steek laat en een vermoord hondje... Maar
hoe lang houdt Vincent dit vol, en hoe lang kan zijn manager
met dit 'spel' doorgaan?
Bijtend scherp maar ook ontroerend, humoristisch, knetterende
zinnen: een aanrader!
Het beste is om beide boeken vlak na elkaar te lezen, om zo
een goed beeld te krijgen van enkele hete hangijzers van deze
tijd, beschreven door twee auteurs die midden in het leven
staan en hun vinger aan de pols van de wereld houden, maar
de wereld ook wel een beetje willen veranderen...
naar de top
Paul
Auster schrijft
vaak over New York en dan vooral over Brooklyn. Ik kan me
de films waarvan hij het scenario schreef, Smoke
en Blue in the face nog goed voor de geest
halen. Met een feest aan bizarre personages, onder andere
gespeeld door Harvey Keitel ( als de eigenaar van een sigaren
en sigarettenwinkel) en Madonna (die een zingend telegram
speelt), De stad speelt een belangrijke rol in de verhalen
die Keitel en de bezoekers elkaar vertellen. met name de wijk
Brooklyn. Het is een wijk met uiteenlopende mensen die het
hart op de tong dragen, en die vaak een hoop meegemaakt hebben.
Zo
ook de mensen in Brooklyn
Follies.
Het boek gaat over Nathan, een oud verzekeringsman die zich
terugtrekt in de stad na te zijn behandeld voor kanker.
Zijn huwelijk is over, hij heeft ruzie met zijn dochter en
voelt zich niet erg gelukkig. Om zichzelf een beetje afleiding
te bezorgen begint hij verhalen te schrijven: grappen, miskleunen
en andere voorvallen uit zijn leven. Hij ontmoet zijn jonge
neef Tom, die hij jaren uit het oog verloor, en diens baas,
handelaar in tweedehands boeken, Harry. De mannen besluiten
na een gesprek in een restaurant hun mislukte levens een andere
draai te geven. Dat loopt natuurlijk anders dan gepland.
Auster schrijft
zo meeslepend en grappig dat je het hele verhaal in één
ruk uitleest.
Je
hebt als lezer te doen met de drie mannen maar ze zijn alledrie
zo sympathiek dat je blij bent dat het allemaal goed met ze
afloopt (op een na!).
Een
heerlijk boek voor op het nachtkastje!
Schrijfster
Annie Proulx
is een heel ander 'verhaal'. Voor haar geen grote-stadsverhalen
zoals bij Auster. Zij zoekt de weidsheid op van Wyoming of
de ruige kust van Newfoundland.
Ik
heb genoten van haar romans Shipping News, Accordeoncrimes
en Postcards. Maar een echte meester is ze in het
schrijven van korte verhalen. Ze kan in een beperkt aantal
pagina's een hele levendige wereld neerzetten met een ongelofelijk
goed getroffen sfeer. Je waant je in de kroeg bij lui als
'Creel Zmudzinski' (zulke namen bedenkt ze standaard!) en
de vreemde voorvallen komen je ook niet echt onmogelijk voor.
Bad Dirt (Hels stof)
is een prachtige verhalenbundel. Vooral het verhaal
De indiaanse oorlogen opnieuw trof me erg.
Het is aan de ene kant een geschiedenis in het kort van de
Amerikaanse Indianen en daarnaast een sociaal pleidooi voor
deze groep. Het verhaal eindigt zeer verrassend. Zo wil ik
graag verhalen lezen.
Ook
het verhaal Het hellegat is een absurd meesterwerk.
Het begint met een spannende achtervolging van een stroper
die daarna op een bovennatuurlijke wijze aan zijn eind komt.
Het verhaal eindigt dan alsof er geen normalere wereld bestaat
als het dorp Elk Tooth in Wyoming!
Een
tijd geleden zag ik de BBC-documentaire over Annie Proulx:
Way Out West, waarin de schrijfster werd gevolgd tijdens
de research voor en het schrijven van haar laatste roman,
That old ace in the hole (2002). Daarin vertelde ze dat
ze misschien haar laatste roman
had geschreven en zich alleen nog maar wilde toeleggen op
verhalen. Dat lijkt me niet zo'n slechte beslissing als die
verhalen allemaal zo goed zijn als deze in Bad Dirt.
En mocht je die documentaire nog eens kunnen bekijken, die
is zwaar de moeite waard!
Annie Proulx
schreef eerder een soortgelijke verhalenbundel: Close
Range. Nog meer verhalen om van te genieten. Lezen dus!
|