|
In deze Nieuwsbrief besteed
ik aandacht aan een schrijfster die haar sporen in de Zuid-Afrikaanse
literatuur meer dan verdiend heeft. Miriam Tlali heeft het
racisme, de angsten en problemen van de apartheid aan den
lijve ondervonden. Deze emoties heeft ze op onnavolgbare manier
in haar boeken verwerkt.
Slapeloze nachten
Miriam Masoli Tlali werd in 1936 geboren
in Doornfontein, Johannesburg. Haar vader was secretaris van
het ANC en directeur van een middelbare school. De jonge Miriam
wilde het liefst een een medicijnenstudie volgen. Er waren
echter maar een paar studieplaatsen beschikbaar die, als vanzelfsprekend
in die tijd, door blanke studenten bezet werden. De droom
om arts te worden is nooit uitgekomen. Na wat omzwervingen
lukte het Miriam om in haar geboortestad een baan te krijgen.
Enige tijd later begon ze haar schrijverscarriere. Ze was
al veertig toen haar eerste boek Muriel at Metropolitan uitkwam.
Het is een autobiografisch verhaal over een zwarte vrouw die
werkt bij een winkel in electrische apparaten. Tlali maakte
alles aan de lijve mee in de winkel, moest zelfs mensen onder
druk zetten als ze niet konden betalen.. Iets dat haar slapeloze
nachten bezorgde. "Mijn moeder was helemaal niet onder
de indruk van die baan", zegt Tlali in een interview
met Wim Bossema in de Groene, "ze had nog liever dat
ik cakejes op straat verkocht. Toch was ze een bijzondere
vrouw, mijn moeder. Ze belde me vaak op en wroette altijd
in mijn geweten. Ik ben opgegroeid onder de hoede van mijn
grootmoeder en moeder. Met hen voel ik mij het meest verwant.
Mijn vader vond dat mijn moeder gefaald had toen ze mij, in
plaats van een zoon ter wereld bracht."
Zwarte poppen
In de zeventiger jaren had Tlali de
gekste baantjes om in haar levensonderhoud te voorzien. Naast
het schrijven dat ze toen deed verkocht ze pannen aan huis
en speelgoed, zwarte poppen ( die waren er toen nog niet ).
In die tijd hadden schrijvers het erg moeilijk in Zuid-Afrika.
Na de opstand in Soweto leefde de zwarte literatuur enorm
op. Jonge schrijvers konden niet meer naar school en velen
schreven als reactie op het geweld. De jongeren schreven de
problemen van zich af, volgens Miriam Tlali. Boeken voor 1990
gaan voornamelijk over eigen emoties en ervaringen.
Voor zwarte schrijfsters was het nog eens extra moeilijk om
iets op papier te krijgen. In een interview met Jan Kees van
de Werk zegt Tlali:" Zwarte vrouwen in Zuid-Afrika hebben
geen tijd om rustig te schrijven. Creatief werk vereist een
geestelijke rust die hier ver te zoeken is. We hebben ons
huishouden, we zorgen voor de kinderen en hebben bijbaantjes.
We nemen blanke vrouwen het werk uit handen. We leven ver
beneden de bread-line, hebben al moeite met de aanschaf van
papier en potlood, laat staan een schrijfmachine. Bovendien
heeft het Bantoe-onderwijs ervoor gezorgd dat wij bewust niet
worden geschoold. Alles moet dus uit jezelf komen: de wil
rustig je onderwerp te overdenken en de tijd die je moet veroveren
om het op papier te zetten. Mijn moeder heeft me van jongs
af aan geleerd het hoofd rechtop te houden en weerbaar te
zijn. Ze vocht ook altijd tegen het mannelijke chauvinisme.
Ze was ontzettend trots op ons, haar drie dochters. En dat
in een omgeving waar mannen neerkeken op vrouwen." Het
is geen wonder dat de meeste mannen in de verhalen van Tlali
er niet best af komen.
Boom zonder wortels
Het is de vraag of er sinds de afschaffing
van de apartheid veel veranderd is voor zwarte schrijvers.
Met de economie gaat het nog niet best en de criminaliteit
in stadsdelen als Soweto is nog steeds enorm. Niet echt een
plaats om lekker achter je schrijfmachine of computer te zitten.
Tlali is in de loop van de jaren een van de belangrijkste
schrijfsters in Zuid-Afrika geworden. De eminence grise zou
je kunnen zeggen. Het geestelijke vacuum, waar ze het in 1988
nog over had in een interview is gelukkig wel verdwenen. Tot
voor kort zei ze waren collega s als Alex La Guma, Lewis Nkosi
en Serokeâ haar niet bekend. "Je voelt je een boom zonder
wortels die in de woestijn staat te roepen om het bos."
Het eerste boek verscheen in 1975 en werd vier jaar later
verboden in Zuid-Afrika. De uitgever had ook nogal wat censuur
gepleegd en niet altijd op een nette manier. Ook haar tweede
boek Amandla werd door dat lot getroffen. Dit boek
gaat over de gebeurtenissen in 1976 in Soweto. In een recensie
stond: Bij Tlali kun je Zuid-Afrika voelen en ruiken. Ze woont
midden in Soweto en dat valt in Amandla aan elke regel af
te lezen.
Over het bannen van haar boeken zei Tlali: Het feit dat je
werk wordt gebanned staat gelijk aan fysieke uitschakeling.
Het is een marteling die uiterlijk geen littekens achterlaat.
In 1989 kwam haar verhalenbundel Footprints in the Quag
uit. Het zijn verhalen over vrouwen in de zwarte woonoorden
bij Johannesburg. In het voorwoord schrijft de schrijfster
Lauretta Ngcobo over Miriam Tlali:"Ze heeft zich niet
laten intimideren en uit Zuid-Afrika weg laten jagen. Niet
alleen schrijft ze zelf vanuit het hart van de roerige steden
maar is ze betrokken bij de gigantische opgave om nieuwe schrijvers
voor ons volk te overtuigen en op te leiden." In Footprints
geeft Miriam Tlali vooral aan dat de problemen van hedendaagse
Zuidafrikanen uit de stad te wijten zijn aan het verloren
gaan van tradities en de ontworteldheid van de mensen.
Ze schets een beeld van gezinnen die uit elkaar groeien. Mannen
die zich weinig aantrekken van problemen en rustig doorgaan
met hun leven. Vrouwen die de problemen vaak niet meer aan
kunnen en noodgedwongen huis en haard verlaten. Volgens Tlali
is voor hen de enige oplossing om contact met hun wortels
te zoeken. Hun culturele identiteit weer te vinden, Er spreekt
uit de verhalen een groot verlangen naar de tradities van
de vroegere gemeenschappen in Zuid-Afrika.
Het belangrijkste van schrijven vindt Miriam Tlali
het vergroten van het zelfrespect en het zelfbewustzijn van
de zwarte lezer. Het literaire aspect boeit haar minder. Door
de gewone man en vrouw respectvol te benaderen en hen over
hun leven te laten vertellen, ondersteun ik hun gevoel van
eigenwaarde. Een gevoel dat rechtevenredig groeit met de belangstelling
die je toont. En al lezend over elkaar komt de een veel over
de ander te weten. En dat is iets wat ook na de afschaffing
van de apartheid zijn waarde behouden heeft.
|